Bijstandsuitkering nodig?

Een bijstandsuitkering is bedoeld als tijdelijke overbrugging voor de periode dat u over geen of te weinig inkomsten beschikt. U moet er alles aan doen om zo snel mogelijk aan het werk te gaan. In deze rubriek leest u hoe u een uitkering kunt aanvragen en wat uw rechten en plichten zijn bij het krijgen hiervan.

De bijstand is geregeld in de Participatiewet.

Participatiewet (PW)

Uitgangspunt van de participatiewet is: zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk (weer) aan het werk. Daarbij krijgt degene die een uitkering ontvangt of gaat ontvangen een grote eigen verantwoordelijkheid. U moet u blijven inspannen om betaald werk te vinden. De gemeente helpt daarbij zo goed mogelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met de individuele mogelijkheden die u hebt. Zolang u nog geen betaald werk hebt gevonden is er de mogelijkheid van een uitkering. Dit is een tijdelijke oplossing. Is betaald werk niet mogelijk, dan is het toch belangrijk dat u, voor zover mogelijk, blijft meedoen door bijvoorbeeld maatschappelijk actief te blijven. Ook hierbij kan de afdeling Klantcontacten u ondersteunen.

Jonger dan 27 jaar? Lees dan: Jongeren t/m 26 jaar en een uitkering Participatiewet>>

Aanvragen

U kunt een PW-uitkering aanvragen via Werk.nl. Houd u uw DigiD code bij de hand.

Wanneer u de aanvraag ingevuld heeft, moet u binnen 2 werkdagen bellen naar de gemeente (14 0522) met de mededeling dat u een bijstandsuitkering heeft aangevraagd.  U krijgt vervolgens een mail met daarin een verplichte uitnodiging voor een voorlichting op het Leerwerkcentrum. U moet zich daarvoor opgeven. Na de voorlichting wordt u uitgenodigd voor de training ‘Werken aan je toekomst’.

Daarnaast ontvangt u een brief waarin staat welke bewijsstukken u moet aanleveren. Als alle bewijsstukken compleet zijn dan ontvangt u een uitnodiging voor een intakegesprek. Vervolgens neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag binnen acht weken. Dit kan verlengd worden als er extra bewijsstukken moeten worden opgevraagd.

Voorschot

Als u een uitkering aanvraagt kan het dus een tijdje duren voordat u geld krijgt. Wanneer de afhandeling langer dan vier weken duurt, is het mogelijk een voorschot te krijgen (op basis van artikel 52 van de Participatiewet). U moet dan wel alle noodzakelijke gegevens aan ons hebben doorgegeven. U krijgt geen voorschot als direct duidelijk is dat u geen recht heeft op een bijstandsuitkering. Als u de bijstandsuitkering toegewezen krijgt, verrekent de gemeente het voorschot met uw uitkering.

Hoogte PW-uitkering

De hoogte van de van de uitkeringen zijn vastgelegd in de Participatiewet. De hoogte van de bijstand is afhankelijk van de leeftijd en de samenstelling van het huishouden. Zo gelden er aparte normen voor jongeren tot 21 jaar en personen vanaf 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. De uitkering is lager als meerdere personen van 21 jaar of ouder tot het huishouden behoren. Dit heet de kostendelersnorm.

De kostendelersnorm gaat er vanuit dat als u met meerdere volwassen op een adres woont, u de woonlastenten met elkaar kunt delen. Alle volwassenen vanaf 21 jaar tellen mee, behalve:

  • Studerenden die een studie volgend die recht geeft op studiefinanciering
  • Leerlingen die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) opleiding volgen
  • Kamerhuurders en kostgangers die een normale commerciële prijs betalen voor de kamer en of kost en inwoning. Dit geldt niet voor ( groot)ouders, kinderen, broers, zusters en hun aanverwanten.

Rechten en plichten PW-uitkering

Zodra u een PW- uitkering aanvraagt, wordt u uitvoerig geïnformeerd over rechten en plichten. Mogelijk heeft u recht op een minima-regeling.  Tijdens het intakegesprek wordt u hierover geïnformeerd. 

Er zijn verschillende soorten verplichtingen. De belangrijkste twee zijn

  1. De plicht mee te werken aan arbeidsinschakeling
  2. De informatieplicht.

Indien u zich niet houdt aan deze verplichtingen, dan kan de uitkering tijdelijk verlaagd worden of u kunt tijdelijk uitgesloten worden van het recht op uitkering.

In welke situaties de uitkering verlaagd wordt is vastgelegd in een verordening die door de gemeente is vastgesteld, deze verordening heet Maatregelenverordening. De hoogte van de maatregel is afhankelijk van de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waarin betrokkene verkeert. Tegelijk met de Maatregelenverordening is de Reïntegratieverordening vastgesteld, in deze verordening is o.a. vastgelegd welke instrumenten de gemeente inzet die leiden naar werk.