gemeente Meppel - Beleidsnotitie modernisering van de Wsw

Beleidsnotitie modernisering van de WswLeesVoor

&nbsp
Overheidsorganisatie: gemeente Meppel
Officiële naam van de regeling: Beleidsnotitie modernisering van de Wsw
Citeertitel: Beleidsnotitie modernisering Wsw
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):  
Besloten door: gemeenteraad
Onderwerp: maatschappelijke zorg en welzijn
&nbsp

Opmerking m.b.t. de regeling:

geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

Nationale wetgeving

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving):

  • geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftOntstaansbron / Inwerkintreding: Datum ondertekening; bron bekendmakingKenmerk voorstel
31-12-200901-07-2008nieuwe regeling26-06-2008
Meppeler Courant, 30-12-2009

26-06-2008
, 30-12-2009
2008-9155

Beleidsnotitie modernisering van de Wsw

MODERNISERING VAN DE Wsw

Beleidsnotitie inzake wetswijziging 2008
Gemeente De Wolden
Gemeente Meppel
Gemeente Westerveld
Gemeente Staphorst
Samenwerking binnen GR Reestmond

22 mei 2008

Inleiding
De modernisering
Met ingang van 1 januari 2008 is de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gewijzigd. De regie over de Wsw is overgedragen aan de gemeenten, zodat gemeenten meer dan ooit verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Wsw.

De afgelopen jaren is met de introductie van de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Werk en Inko-men naar Arbeidsvermogen (WIA) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) het stelsel van de sociale zekerheid en zorg hervormd. Het doel van deze nieuwe wetten was om de participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te bevorderen. De Wsw is niet meegenomen in deze hervorming

Er wordt steeds meer een beroep gedaan op de Wsw. De uitstroom is echter beperkt. Namelijk ge-middeld 5% per jaar. Als gevolg hiervan worden de wachtlijsten in hoog tempo langer. Ook de groep Wajongers groeit fors. Verder zijn er op dit moment verschillende regelingen voor mensen met een arbeidsbeperking, de Wsw, de WIA en de Wajong, allemaal gericht op het bevorderen van arbeidspar-ticipatie van mensen met een arbeidshandicap. Deze regelingen moeten in onderlinge samenhang worden bezien om problemen, die zich voordoen binnen de afzonderlijke regelingen aan te kunnen pakken. Hiervoor is integraal arbeidsmarktbeleid noodzakelijk.

De modernisering van de Wsw biedt geen antwoord op bovengenoemde vraagstukken. Hiertoe is een fundamentele herbezinning nodig. Zowel op landelijk als lokaal niveau zal deze herbezinning in de komende periode zijn beslag krijgen. Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van Sociale Zaken en Werk-gelegenheid heeft een externe commissie gevraagd hierover advies uit te brengen (zomer 2008). Lo-kaal zal ook in de tweede helft van 2008 of in 2009 deze discussie gevoerd moeten worden. Het tijd-stip is afhankelijk van het tempo en de reikwijdte van de landelijke ontwikkelingen en besluitvorming.

Deze kadernotitie laat dit bredere perspectief bewust buiten beschouwing.

Wat vooraf ging
Voor de gemeenten betekent de modernisering een herbezinning op hun positie en de noodzaak tot het formuleren van nieuw beleid. De Wsw wordt uitgevoerd onder de paraplu van de Gemeenschap-pelijke Regeling (GR) Reestmond met de participerende gemeenten De Wolden, Meppel, Staphorst en Westerveld. Er was zowel binnen de gemeenten als binnen het bestuur van de GR behoefte om de herbezinning gezamenlijk op te pakken. Daartoe is een ambtelijke werkgroep in het leven geroepen, die bestaat uit vertegenwoordigers van de vier gemeenten. Medio 2007 is zowel ambtelijk als bestuur-lijk gewerkt aan een gemeenschappelijke visie. Deze visie is parallel met de directie van Reestmond besproken en is in het bestuur van de GR en van de deelnemende gemeenten geagendeerd geweest. Dit traject is uitgemond in het visiedocument in september 2007.

De gemeenten De Wolden, Meppel, Staphorst en Westerveld hebben een grote behoefte hun regierol op de uitvoering van de Wsw te versterken. Overwegingen die aan de behoefte ten grondslag liggen zijn:
  • De gemeenten willen het beste voor hun burgers. Algemeen wordt onderschreven dat een zo regulier mogelijke werkplek door Wsw-geïndiceerde burgers past in het algemene streven naar maximale activering en het specifieke streven naar maximale benutting van menselijk po-tentieel. Daarnaast wordt het ook in de meeste gevallen als prettig ervaren om in een regulie-re omgeving te werken. De gemeenten willen daar nadrukkelijker dan nu het geval is, de regie op voeren, waar nodig op het niveau van het individu.
  • De gemeenten hebben als uitgangspunt dat de uitvoering van de Wsw met een sluitende ex-ploitatie dient te worden uitgevoerd. Het nabije verleden heeft aangetoond dat dat kan. Het idee is dat met de beweging van binnen naar buiten kostenreductie en omzetverhoging kan worden gerealiseerd.
  • De gemeenten willen – voor zover dat mogelijk is binnen de context van de GR - de opdracht-gever-opdrachtnemer relatie tussen de gemeenten en Reestmond duidelijker aanzetten en verzakelijken.
  • De gemeenten willen de Wsw uitvoeren in het kader van integraal sociaal beleid (voor uitleg, zie volgende paragraaf). Dat betekent dat niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke wet-ten in de sociale zekerheid maar ook naar samenhang in, in ieder geval de WWB en de Wsw maar wellicht ook naar de Wmo en de Wet Inburgering.
  • De gemeenten nemen de hen door het rijk opgedragen verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering van de wet zeer serieus. Wanneer dat, als het gaat om de positie van de burger met beperkingen, vraagt om een sterkere sturing, zal zij die sterkere sturing geven.
De gemeente De Wolden neemt in de GR van Reestmond een bijzondere positie in. De Wolden parti-cipeert na gemeentelijke herindelingen in de GR Reestmond én die van Alescon met de hoofdvesti-ging in Hoogeveen. De Wolden heeft haar taken in het kader van de Wsw overgedragen aan het werkvoorzieningschap Reestmond. Dit betekent dat Reestmond de rijksbijdrage voor het aandeel De Wolden doorgeeft aan Alescon. Na 2008 blijft deze situatie ongewijzigd. De bijzondere positie van De Wolden blijft in deze nota buiten beschouwing, maar wordt in de uitvoering meegenomen.

Deze beleidsnotitie is gebaseerd op de in het eerder genoemde visiedocument opgenomen uitgangs-punten. De doelen van de modernisering worden onder de loep genomen en voorzien van kaders en doelstellingen voor gezamenlijk gemeentelijk beleid. Deze notitie gaat ter vaststelling naar de ge-meenteraden van de vier Reestmond-gemeenten. De notitie moet leiden tot een gezamenlijk beleid en tot een eenduidige en gezamenlijke opdracht aan het werkvoorzieningschap Reestmond.
Samenvatting
Per 1 januari 2008 is de gewijzigde Wet sociale werkvoorziening in werking getreden. De vier ge-meenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke Regeling Reestmond willen dit via onderstaande doelstellingen en kaders gaan uitvoeren.

Sociale opgave:
De gemeenten willen met de modernisering van de Wsw bereiken dat de vaardigheden van iedere Wsw-geïndiceerde dusdanig worden bevorderd dat hij zal uitkomen op zijn persoonlijk hoogst mogelij-ke vorm van arbeidsdeelname.
Zij zien de Wsw als een voorziening die:
• op een vraaggerichte wijze bijdraagt aan de ontwikkeling van de arbeidsbekwaamheid van de Wsw-geïndiceerden.
• de groep Wsw-geïndiceerden faciliteert, middels loonkostensubsidie, begeleiding en werkplekaanpassing.
• er naar streeft om Wsw-geïndiceerden in een zo regulier mogelijke werkomgeving loonvormende arbeid te laten verrichten.

Regie:
• De gemeenteraden voeren regie met betrekking tot strategisch beleid. De colleges sturen de uitvoering en controleren deze. De colleges geven op basis van heldere op-drachten van de raden zijn eigen vertegenwoordigers in de GR een heldere opdracht mee over de wijze waarop de GR moet worden aangestuurd. Het bestuur van Reest-mond voert de regie met betrekking tot tactisch beleid. Het werkvoorzieningschap voert de regie op de uitvoering.
• Voor een goede aansturing worden de contacten tussen de gemeenten en het mana-gement van Reestmond geïntensiveerd.
• Gemeenten formuleren één heldere opdracht aan het werkvoorzieningschap.
• De planning- en controlcyclus van Reestmond moet aansluiten bij begrotingcyclus van de gemeenten.

Reestmond spreekt binnen haar eigen bedrijfsvoering ook strategisch, tactisch en uitvoeringsbeleid. Bovenstaande heeft hier geen betrekking op.

Van Binnen naar Buiten:
De modernisering beoogt om zoveel mogelijk mensen buiten de poorten van het werkvoorziening-schap aan het werk te krijgen of te houden. Het streven is daarom dat iedereen die in aanmerking komt voor “begeleid werken” zoveel mogelijk wordt geplaatst op een begeleid-werkenplek of een detacheringsbaan. Om dit te bereiken zullen in overleg met Reestmond meerjarige prestatie-indicatoren worden vastgesteld. Jaarlijks zal er een prestatiecontract worden gesloten tussen de ge-meenten en Reestmond. Met betrekking tot deze beweging “van binnen naar buiten” worden de vol-gende uitgangspunten gehanteerd:

• De Wsw-geïndiceerde dient in een zo regulier mogelijke omgeving te werken;
• Mensontwikkeling en mobiliteit staan voorop;
• Focus van de uitvoering is gericht op detacheren en begeleid werken.

Wachtlijst:
Conform de adviezen van o.a. de VNG en het landelijke Programma Versterking Cliënten Positie (VCP) zal er per gemeente op basis van First in First out (FIFO) geplaatst worden. De huidige wacht-lijst geeft een zo diffuus beeld, dat van subgroepen geen sprake is. Ieder voorkeursbeleid betekent automatisch het benadelen van anderen. Vanuit de aanname dat Wajongers op de wachtlijst veelal jong zijn, is aanvankelijk in het visiedocument gesproken over voorkeursbeleid voor die groep. Aange-zien het Wajong recht niet vervalt op oudere leeftijd, bleek deze aanname onjuist en is de rechtvaardi-ging vervallen. Vanwege het diffuse beeld is een rechtvaardiging voor voorrang WWB-ers op andere burgers niet anders dan een financieel argument en daarmee maatschappelijk niet goed uit te leggen.

Vanaf 1 januari 2009 voeren de gemeenten het beheer over de wachtlijst. Het werk wordt belegd bij één klantmanager van sociale zaken, die namens de vier gemeenten regie voert op de wachtlijst. De administratie wordt door Reestmond bijgehouden.
De gedachte hierachter is om de Wsw-geïndiceerde centraal te plaatsen en op een zo hoog mogelijke trede in te laten stromen of, indien mogelijk, direct buiten het werkvoorzieningschap te laten werken. Meer onafhankelijkheid wordt verondersteld van de klantmanager die geen onderdeel uitmaakt van Reestmond.

Persoongebonden budget:
Om de Wsw-geïndiceerde meer rechten te geven is een persoonsgebonden budget (PGB) in het le-ven geroepen. Hiermee kan iemand zelf een begeleid-werkenplek financieren. De gemeenten hebben voor de uitvoering hiervan een verordening opgesteld. Deze verordening is opgesteld aan de hand van de volgende uitgangspunten:
• De gemeente biedt ondersteuning en de mogelijkheid om uit verschillende begelei-dingsorganisaties te kiezen.
• De geïndiceerde kan zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie aandragen voor het verzorgen van de begeleiding op de werkvloer. Dit gebeurt op basis van de verordening PGB.
• De totale kosten van de loonkostensubsidie aan de werkgever, de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie, de uitvoeringskosten en eventuele werkplekaanpassingen mogen niet hoger mogen zijn dan het, in het prestatiecontract opgenomen, gemiddel-de budget dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats. Het college stelt dit bedrag vast en wordt in beginsel jaarlijks geïndexeerd.
• Voor de geplaatste geïndiceerde geldt, dat wanneer hij zelf een werkgever aandraagt, direct gebruik gemaakt kan worden van de PGB-constructie, mits dit voldoet aan de eisen uit de voorwaarden zoals opgenomen in de verordening en past binnen het ge-meentelijke budget.
• Voor personen op de wachtlijst geldt dat zij pas van het PGB gebruik kunnen maken als zij aan de beurt zijn voor een Wsw-plek.

Cliëntenplatform:
De gemeenten moeten een Wsw-cliëntenplatform oprichten. De voorkeur gaat uit naar één cliënten-platform voor de GR Reestmond. Voor De Wolden leidt dit tot het praktische probleem dat ze in twee GR’s participeert en daarom burgers niet alleen in het platform van Reestmond kunnen participeren. Indien de deelnemers bereid zijn om in twee raden te functioneren, kan er één regionaal cliëntenplat-form voor de GR Reestmond worden opgericht.

Financiering:
Met ingang van 2008 ontvangen de gemeenten het rijksbudget voor de Wsw. Om invulling te geven aan de sociale opgave en het regievraagstuk zijn er negen eisen geformuleerd waaraan moet worden voldaan. Het gaat om:
• de regierol van de gemeente tot uiting te laten komen en te faciliteren,
• het ondernemerschap van Reestmond dat centraal staat,
• een logische verdeling van kosten,
• meerjarige afspraken,
• de beweging van binnen naar buiten te stimuleren,
• kostenefficiënt werken door Reestmond te continueren,
• transparantie en open calculaties,
• een blijvende sluitende begroting,
• solidariteit binnen de GR .

Meer sturing op de financiën wordt als een groeiproces gezien. De gemeenten willen de sturing ge-zamenlijk blijven vormgeven vanuit de GR. De gemeenten moeten daarbij wel meer in beeld komen. Maar de gemeenten ambiëren niet individueel te sturen op de uitvoering van de Wsw. Dat zou bete-kenen dat de GR wordt ontbonden of moet worden aangepast, wat verstrekkende financiële conse-quenties kan hebben. Los van de financiële gevolgen van een dergelijke keuze, willen de gemeenten dat er zo eenduidig mogelijke afspraken worden gemaakt met de uitvoering. Er moet tegelijkertijd wel ruimte zijn voor afwijkende wensen van individuele gemeenten. Het beeld uit dat uit de besprekingen tot nu toe naar voren komt, is dat niet zozeer de figuur van de GR als wel de werking van de GR dient te worden versterkt. Dit kan door de relatie tussen de gemeenten en de GR steviger neer te zetten en de gemeenten zo meer te betrekken bij de Wsw.
1. Modernisering van de Wsw
1.1. De modernisering
Op 1 januari 2008 is de gemoderniseerde Wet sociale werkvoorziening in werking getreden. In de visie van het Rijk draagt de Wsw momenteel onvoldoende bij aan de re-integratie van mensen met een arbeidshandicap. Er is nauwelijks uitstroom richting regulier werk uit de Wsw. Het blijkt dat de Wsw niet heeft geleid tot een groter opnamevermogen van mensen met belemmeringen op de regulie-re arbeidsmarkt. De Wsw is bovendien een kostbare voorziening.

Om de geschetste situatie het hoofd te bieden heeft het kabinet gekozen voor een modernisering van de Wsw. De gemeenten hebben de regie gekregen over de Wsw, zoals gemeenten deze ook al heb-ben met betrekking tot de Wet Werk en Bijstand (WWB). Hoewel het een logische ontwikkeling is om de Wsw onderdeel te laten uitmaken van het totale pakket van re-integratie instrumenten van de ge-meente, is deze notitie gericht op de Wsw doelgroep.

Het doel van de overheid met de huidige modernisering van de Wsw is:
- behoud van de Wsw voor de doelgroep,
- versterking van de regierol van de gemeenten,
- maken van een beweging van binnen naar buiten; bevorderen van werken buiten de beschut-te muren van het werkvoorzieningschap, en uitstroom uit de Wsw door middel van begeleid werken,
- versterking van de positie van de klant (PGB en cliëntparticipatie).
- de klant centraal stellen, waarbij de infrastructuur van een werkvoorzieningschap een hulp-middel is en geen doel,
- vereenvoudiging van de financieringsstructuur,
- vereenvoudiging van de huidige verantwoordigingsstructuur aan het Rijk.

Nieuwe elementen in de wettelijke opdracht aan gemeenten:
a. De financiering van de uitvoering van de Wsw geschiedt enkel aan gemeenten. Gemeen-ten krijgen een Rijksbijdrage voor de uitvoering van de Wsw. Gekoppeld aan de Rijksbij-drage krijgen de afzonderlijke gemeenten een taakstelling waarover zij zich moeten ver-antwoorden richting het Rijk.
b. De gemeenteraad moet bij verordening de inspraak van de Wsw-geïndiceerden op de uit-voering van de Wsw (Cliëntenparticipatie) regelen.
c. De gemeenteraad moet ten aanzien van het persoonsgebonden budget (PGB) nadere re-gels opstellen.
d. De gemeenteraad kan bij verordening regels stellen over de volgorde waarin de geïndiceerden op de wachtlijst in aanmerking komen voor een dienstbetrekking.
e. Het college van B&W wordt formeel belast met het beheer van de wachtlijst voor de Wsw-geïndiceerden.

1.2. Blik in de toekomst Reestmond: strategisch plan 2007-2010
Uit het plan “Blik in de toekomst: strategisch plan 2007-2010” van Reestmond blijkt dat zij de bakens gaan verzetten. De verminderde kwaliteit van de instroom van Wsw-ers en de gewenste beweging naar “regulier” werk maken het noodzakelijk de bakens te verzetten. Dat gaat Reestmond dan ook doen. Van productiebedrijf wil zij meer en meer mensontwikkelbedrijf worden.

Reestmond realiseert zich dat de rol van de gemeente in de nieuwe constellatie na de modernisering toeneemt, dat de gemeente budgetverantwoordelijk wordt, verantwoordelijk is voor háár Wsw-geïndiceerde burgers en uit die verantwoordelijkheid vaart wil blijven maken met de beweging van binnen naar buiten. Als antwoord daarop wil Reestmond de subsidie zo optimaal mogelijk benutten: binnen een (nagenoeg) sluitende exploitatie de door- en uitstroom maximaliseren.
2. Het strategische beleid
2.1. De huidige situatie binnen de Gemeenschappelijke Regeling Reestmond
Populatie stand 2006, 2007 en 2008 tabel stand pupulatie 2006 2007 2008


Wachtlijst Wsw wachtlijst wsw


Onderstaande tabel geeft een globaal inzicht in de opbouw van de wachtlijst van de 107 personen die in 31 maart 2008 op de wachtlijst stonden.wachtlijst



2.2. De sociale opgave: behoud van de Wsw voor de doelgroep
De sociale werkvoorziening is een voorziening voor mensen die vanwege een arbeidshandicap niet in staat zijn om zelfstandig regulier werk te verrichten. De modernisering verandert niets aan de wettelij-ke opdracht aan gemeenten, maar verlegt een aantal accenten. Primair gaat het om de vraag wat de gemeente wil bereiken voor haar burgers met een Wsw-indicatie (gemeentelijke visie) en vervolgens hoe deze visie en de daaraan gekoppelde ambities kunnen worden geoperationaliseerd in concrete en meetbare doelstellingen. Aansluitend dient de gemeentelijke sturing en regie op zowel beleid als uit-voering te worden ingericht.

Wat moet er met de Wsw worden bereikt (sociale opdracht):
De vaardigheden van iedere Wsw-geïndiceerde moet dusdanig worden bevorderd dat hij zal uitkomen op zijn persoonlijk hoogst mogelijke vorm van arbeidsdeelname.

De Wsw is een voorziening die:
1. Op een vraaggerichte wijze bijdraagt aan de ontwikkeling van de arbeidsbekwaamheid van Wsw-geïndiceerden.
2. De groep Wsw-geïndiceerden faciliteert middels loonkostensubsidie, begeleiding en werkple-kaanpassing.
3. Er naar streeft om Wsw-geïndiceerden in een zo regulier mogelijke werkomgeving loonvor-mende arbeid te laten verrichten.
2.3. De financiële sturing
Het bij het Rijk beschikbare budget voor de Wsw wordt verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal Wsw-geïndiceerden dat in de gemeente woont ten opzichte van het landelijk aantal Wsw-geïndiceerden. Geïndiceerden in de categorie 'ernstige arbeidshandicap' worden in deze telling 1,25 keer meegerekend. Elke gemeente ontvangt op lumpsumbasis een deel van het rijksbudget. Vervol-gens is het aan de gemeente om te bepalen hoe de arbeidsplaatsen voor de mensen met een indica-tie worden gerealiseerd en gefinancierd. Ook bepaalt de gemeente hoeveel budget per geïndiceerde wordt ingezet. Achteraf wordt de gemeente afgerekend door het Rijk op het aantal Standaardeenhe-den (SE’s) dat zij in het uitvoeringsjaar heeft gerealiseerd en gefinancierd. Het begrip SE wordt in 2008 vervangen door arbeidsjaar.

Op dit moment worden de meeste Wsw-arbeidsplaatsen gecreëerd door het samenwerkingsverband Reestmond. In het visiedocument is opgenomen dat dit op de middellange termijn ook zo blijft.
Per arbeidsjaar is gemiddeld een bedrag beschikbaar van € 25.337,00 voor een matig arbeidsgehandicapte en € 31.671,00 voor een ernstig arbeidsgehandicapte. Het Rijk acht dit bedrag toereikend voor het financieren van een arbeidsplaats.
Een matig arbeidsgehandicapte heeft een beslag van € 25.337 op de rijksbijdrage en een ernstig ar-beidsgehandicapte, omdat deze voor 1,25 meetelt, voor € 31.671. Het Rijk acht deze bedragen dek-kend voor het financieren van arbeidsplaatsen. Daar het totale budget in SE’s per gemeente op lump-sumbasis wordt toegekend, heeft de factor 1,25 voor een ernstig arbeidsgehandicapte tot gevolg dat per saldo minder fte’s kunnen worden geplaatst dan wanneer alleen matig arbeidsgehandicapten wor-den geplaatst. Een voorbeeld: bij een budget van 100 SE kunnen 100 FTE matig worden geplaatst. Indien dit allemaal ernstig arbeidsgehandicapten zijn kunnen door de factor 1,25 maar 80 fte’s worden geplaatst om een realisatie van 100 SE te krijgen.

Doordat de gemeente het budget voor het uitvoeren van de Wsw krijgt kan de gemeente gemakkelij-ker sturen op het uitvoeren van de Wsw. Onderscheiden moet worden waar de rol en verantwoorde-lijkheid van de gemeente stopt en die van het werkvoorzieningschap begint. Bij deze punten zal in het volgende hoofdstuk stil worden gestaan.

De gemeenten blijven de sturing en regie op de uitvoering gezamenlijk vormgeven vanuit de GR. De gemeenten komen daarbij wel meer in beeld. De gemeenten gaan zo eenduidig mogelijke afspraken maken met de uitvoering. Er moet tegelijkertijd wel ruimte zijn voor afwijkende wensen van individuele gemeenten. Het beeld is dat niet zozeer de figuur van de GR als wel de werking van de GR dient te worden versterkt. Dit kan door de relatie tussen de gemeenten en de GR steviger neer te zetten en de gemeenten zo meer te betrekken bij de Wsw.

In hun regierol wensen de gemeenten De Wolden, Meppel, Staphorst en Westerveld enerzijds de inhoudelijke sturing op sociale doelstellingen (plaatsingsbeleid, doorstroom, beweging naar buiten, ontwikkeling) te verstevigen. Anderzijds is de regierol op de bedrijfsvoering (exploitatie, werksoorten, resultaat, omzet) een belangrijke kwestie. In tegenstelling tot veel andere SW-bedrijven heeft Reest-mond al jaren een gezonde exploitatie laten zien. Deze gunstige performance is echter geen aanlei-ding om het onderwerp niet op de agenda te plaatsen.
Sturing op de bedrijfsvoering en de operationele vertaling van door de gemeenten geformuleerde en door het bestuur geaccordeerde doelen is een verantwoordelijkheid van de uitvoering binnen een taakstellende begroting. De gemeenten willen een zakelijke relatie met Reestmond, waarbij vanuit een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie wordt gestuurd op prestatieafspraken.

Jarenlang is de sturing op de Wsw beperkt geweest. De kennis bij gemeenten was ook niet altijd toe-reikend. In haar nieuwe rol als regisseur wil de gemeente daarom ook groeien. Allereerst wordt de regierol op sociale doelstelling verbeterd, om vervolgens door te gaan met de regie op het Wsw-proces.
Het IPW project ‘Grip op re-integratie’ ziet het beleidsproces Wsw als een cyclisch proces van plan-vorming, uitvoering, evaluatie en aanpassen (PDCA). Een cyclus tussen de gemeenten als opdracht-gever en beleidsbepaler en de uitvoeringsorganisaties dat moet passen in de gemeentelijke beleids-cyclus. Om grip te krijgen op de realisatie van afgesproken doelen, moet de zgn. PDCA-cylcus slui-tend worden gemaakt. Dit is een interactief proces tussen de gemeenten en de uitvoeringsorganisa-ties, waarbij er sprake is van gescheiden verantwoordelijkheden: de gemeenten zijn opdrachtgever, Reestmond is opdrachtnemer.
2.3.1. Sturen met geld op de beweging van binnen naar buiten
Een hoofddoelstelling van de modernisering is om meer mensen met een arbeidshandicap buiten de beschutte werkomgeving van het werkvoorzieningschap, dus in een reguliere werkomgeving, te laten werken: de beweging van binnen naar buiten. Binnen de Wsw kunnen vier vormen van werkplekken worden onderscheiden. De vormen van detachering en begeleid werken worden getypeerd als bui-ten. Bij de vormen beschut werken binnen en beschut werken buiten wordt gesproken van binnen. Om te sturen met geld is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de kostprijs per type werkplek.

Onderzoek dient te worden gedaan naar de kostprijs per type werkplek (detachering, begeleid werken, beschut werken binnen en beschut werken buiten).
2.3.2. Financieringsmodel
Met ingang van januari 2008 ontvangen de gemeenten het rijksbudget voor de Wsw. Dit kan inhouden dat wellicht moet worden overgegaan naar een andere financieringssystematiek. Om invulling te ge-ven aan de sociale opgave en het regievraagstuk moeten er eisen gesteld worden waaraan het finan-cieringsmodel moet voldoen. De eisen zijn:
• de regierol van de gemeente tot uiting laten komen en faciliteren;
• het ondernemerschap van Reestmond centraal laten staan;
• een logische verdeling van kosten meebrengen;
• voor meerdere jaren gelden;
• de beweging van binnen naar buiten stimuleren;
• kostenefficiënt werken door Reestmond bevorderen;
• transparantie en open calculatie meebrengen;
• een structureel sluitende bekostiging opleveren (om preventief toezicht van de provincie te voorkomen);
• enige mate van solidariteit hebben om binnen de GR te passen.

Onderzocht dient te worden of het huidige model van budgetfinanciering (financiering op basis van een vastgesteld bedrag per SE) nog beantwoord aan eerder genoemde eisen.
2.3.3. Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen is het vermogen van Reestmond om risico’s op te kunnen vangen zonder dat de normale bedrijfsgang daardoor wordt verstoord. Het gaat daarbij om risico’s waarvoor geen voorziening is gevormd en/of geen verzekering is afgesloten.

Het Algemeen en Dagelijks Bestuur heeft in 2006 de notitie weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is als belangrijk aandachtspunt opgenomen dat het eigen vermogen is aangewend ter financiering van investeringen in vaste activa.

tabel 4
Algemene reserve ultimo 2007 7.527
Minimum ondergrens volgens weerstandsnotitie -4.028
Beschikbaar voor dekking risico’s 3.499
Berekende risico’s -2.693
Beschikbaar ultimo 2007 806

In procenten bedraagt het weerstandsvermogen afgerond 17% van de totale exploitatie (cijfers 2007). In 2006 is onderzoek gedaan naar o.a. berekende risico’s. Het is zaak de omvang van de risico’s te actualiseren en aandacht hierbij te besteden aan het moment van daadwerkelijk optreden van een risico.

Onderzoek dient te worden gedaan naar de omvang van het weerstandsvermogen in relatie tot de berekende risico’s.
3. Regie- of sturingsopgave
Het versterken van de regie vanuit de gemeente op de uitvoering van de sociale werkvoorziening is één van de centrale doelen van de modernisering. Ter bevordering van de regie en sturing worden er enkele veranderingen doorgevoerd en worden instrumenten aangereikt. In het kort komen die op het volgende neer:
• De rijkssubsidie wordt direct overgemaakt naar gemeenten;
• De verantwoording richting het Rijk wordt straks door afzonderlijke gemeenten gedaan;
• Gemeenten moeten afzonderlijk wachtlijstbeheer gaan voeren en inzicht in de wachtlijst geven.

Met de modernisering van de Wsw wordt een scherper onderscheid gemaakt tussen de beleidsver-antwoordelijkheid voor de Wsw en de uitvoerende taken. De gemeente is in alle gevallen verantwoor-delijk voor de manier waarop de Wsw wordt uitgevoerd voor de eigen Wsw-geïndiceerden. Het werk-voorzieningschap voert haar taken uit, maar dit is onder verantwoordelijkheid van de gemeente.

3.1. Samenwerking in de GR
Met de komst van de gemoderniseerde Wsw staan de gemeenten voor de keuze om de Wsw zelf uit te gaan voeren, de uitvoering van de Wsw uit te besteden aan een derde of de Wsw uit te voeren binnen een GR.

De vier in de GR Reestmond vertegenwoordigde gemeenten zijn op dit moment gezamenlijk eigenaar van het werkvoorzieningschap en zij hebben de uitvoering momenteel daar ondergebracht. Op dit moment zijn binnen de afzonderlijke gemeenten de middelen, de infrastructuur en de kennis over de Wsw dan ook niet voldoende aanwezig. Deze zijn wel aanwezig binnen de gezamenlijkheid van de GR Reestmond. Wanneer een afzonderlijke gemeente de Wsw zelf wil uitvoeren zal zij in zichzelf moeten investeren om wel over de middelen, de infrastructuur en de kennis te gaan beschikken. Daarnaast zal een gemeente, wanneer zij niet meer gebruik wenst te maken van de diensten van de GR Reestmond, uittredingskosten moeten betalen aan deze GR. Onderzoeken uit andere gemeenten leert dat de financiële consequenties van de uittreding enorm en daardoor onwenselijk zijn.

Een voordeel van het werken binnen een GR is dat je in een groter gebied met een groter netwerk kunt werken. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden van de Wsw-er vergroot. Daarnaast heb je te maken met minder overhead en hoeft niet iedere gemeente zelf het (zelfde) wiel uit te vinden. Door het volume van de vier gemeenten kan de uitvoering efficiënter worden gemaakt, wat een kostenver-lagende werking heeft.

Een nadeel van het werken binnen een GR is dat een afzonderlijke gemeente zich (in meer- of minde-re mate) zal moeten conformeren naar de ‘mening van de groep’. Dit betekent niet dat de gemeenten geen eigen accenten in het beleid kunnen leggen. Deze accenten dienen echter wel binnen de be-leidskaders te passen, zoals deze beschreven zijn in deze beleidsnotitie. Het afzonderlijke belang hoeft dan ook het gemeenschappelijke belang niet te bijten.

Tijdens de totstandkoming het visiedocument medio 2007 is gebleken dat de portefeuillehouders uit-treden uit de GR geen kwestie (meer) vinden. Voor- en nadelen zijn tijdens de discussies besproken en de voordelen hadden de overhand. De portefeuillehouders gaan voor het model van de GR.

Reestmond is voor de vier gemeenten De Wolden, Meppel, Staphorst en Westerveld de primaire uit-voerder van de Wsw. Indien het individuele belang van een Wsw-geïndiceerde beter gediend is met een plaatsing bij een andere uitvoerder, behoort dit wel tot de mogelijkheden.

3.2. Regie binnen de GR
In deze paragraaf wordt aangeven wat nu precies de verschillende rollen en verantwoordelijkheden voor de verschillende partijen zijn en hoe er regie kan worden gevoerd. Om verwarring te voorkomen staan wij eerst stil bij wat wij nu bedoelen met regie. Regie kan als volgt worden omschreven: “de uitvoerende organisatie zodanig sturen, faciliteren en stimuleren dat zij optimaal kan presteren”.
• Sturen in de zin van een duidelijke opdracht en een duidelijk verantwoordingskader.
• Faciliteren door middel van het beschikbaar stellen van de noodzakelijke middelen.
• Stimuleren door verantwoordelijkheid te delen, door ruimte te geven aan de professionaliteit en creativiteit.

Verantwoordelijkheden
Binnen de GR zijn de volgende beleidsverantwoordelijkheden te onderscheiden:
• Strategisch beleid, is overkoepelend, regiobreed op de langere termijn gericht beleid. De ra-den bepalen hiervoor de kaders. Uitwerking vindt plaats via bijvoorbeeld collegeprogramma’s of verordeningen.
• Tactisch beleid richt zich op doelgroepen, speerpunten en een kortere termijn (1 tot 2 jaar). De gemeenten en het bestuur van de GR voorzien in de gezamenlijke beleidscoördinatie. De colleges ondernemen daartoe initiatieven. Uitwerking van het tactisch beleid vindt plaats in bedrijfsplannen, beleidsbegrotingen, jaarrekeningen en jaarverslagen, van de GR Reestmond en in de programmabegroting, jaarrekening en het jaarverslag van de gemeenten.
• Uitvoeringsbeleid omvat richtlijnen en projecten. Het gaat om een verantwoordelijkheid van de uitvoeringsorganisatie. Uitwerking vindt plaats via richtlijnen, beheersbegroting, inkoopbe-stek, inkoopcontracten en re-integratietrajecten.

Rollen
Gemeenteraad
De gemeenteraad voert regie op het strategisch beleid. Gemeentelijke regie kan vragen oproepen. In deze notitie wordt de gemeentelijke regie op de sociale werkvoorziening beschouwd als sturing op de realisatie van de uitkomsten van het beleid. Het gaat om sturing met betrekking tot:
• De toeleiding (bepaling van de mogelijkheden);
• De plaatsing (instroom)
• De doorstroom (ontwikkeling vaardigheden) en
• Het vinden van een passende werkplek (in en zo regulier mogelijke werkomgeving).

Om gericht sturing te geven aan de sociale werkvoorziening is het van belang dat de gemeente con-crete beleidsdoelen formuleert. Dit gebeurt in eerste instantie door het vaststellen van de beleidsnoti-tie en de verordeningen. Doordat de raad deze stukken vaststelt, bepaalt zij de richting waarin de uitvoering zich dient te bewegen om het vastgestelde beleid uit te voeren.

Het vastgestelde beleid zal vervolgens moeten worden ingevuld en vertaald worden in een contract.

Colleges van B&W en Bestuur GR Reestmond;
De colleges van de deelnemende gemeenten voeren de regie op tactisch beleid. De beleidsdoelen die door de raad zijn vastgesteld, zullen worden vertaald in prestatieafspraken zodat er gericht sturing kan worden gegeven. Om realistische prestatieafspraken te kunnen maken verschaft het werkvoorziening-schap Reestmond de gemeente objectieve informatie over de populatie (wat is de persoonlijk hoogst mogelijke ‘vorm’ van arbeidsdeelname van de Wsw-er en binnen welke termijn kan zij daar uitkomen). Op basis van deze gegevens kan het toekomstige succes worden beoordeeld.

Deze prestatieafspraken zijn input voor het contract dat zal worden afgesloten tussen de colleges en Reestmond. Naast inhoudelijke indicatoren zullen er afspraken worden gemaakt over de prijs en kwa-liteit. Het bestuur van de GR Reestmond (waarin het college wordt vertegenwoordigd) ziet toe op na-leving van het contract middels door de uitvoerder verstrekte periodieke rapportages en informeert de colleges en de raden over de naleving.

Werkvoorzieningschap
Het werkvoorzieningschap zal de regie voeren op het uitvoeringsbeleid. Hiermee wordt het onderne-mersschap gestimuleerd. Zij bepaalt hoe de door de raad vastgestelde beleidsdoelen (die door de colleges gezamenlijk zijn vertaald in contractafspraken) worden gehaald. Wanneer zij vindt dat deze doelen onrealistisch zijn, zal dit naar voren komen in de contractbesprekingen tussen het werkvoor-zieningschap en de colleges.

Het werkvoorzieningschap is verantwoordelijk voor het behalen van de taakstelling. Daar er zal wor-den gewerkt met één contract zal Reestmond ook de regie in handen krijgen m.b.t. de collegiale uitruil van de taakstelling. Deze uitruil kan plaatsvinden tussen de ‘GR-gemeenten’ onderling, maar ook tus-sen de ‘GR-gemeenten’ en gemeenten die participeren in een andere GR.
De overeenkomst van de GR is aangepast op basis van de huidige wettekst en gaat voor besluitvor-ming naar de gemeenteraden.
3.3. Sturing binnen de GR
Doordat de gemeente het budget voor het uitvoeren van de Wsw krijgt kan de gemeente gemakkelij-ker sturen op het uitvoeren van de Wsw. Voor de invulling hiervan wordt ook gekeken naar de aanbe-velingen van de rapporten van het 213-a rapport ‘Re-integratie, beleid en uitvoering in de gemeente Meppel’ en de aanbevelingen uit het rekenkamer rapport ‘De macht aan het stuur”. Voor het sturen door de gemeenten dienen de volgende kaders :

• Intensiveer het contact tussen (het management van) de gemeenschappelijke regeling en de deelnemende gemeenten in diverse geledingen, namelijk gemeenteraad, portefeuillehouder, controller en betrokken beleidsadviseurs
• De gemeenten geven heldere opdrachten aan Reestmond waarin is gedefinieerd welke socia-le en financiële resultaten gemeenten verwachten tegen welke prijs.
• De gemeenten vaardigen voor het bestuur (AB en DB) van Reestmond alleen collegeleden af.
• Stem de Planning- en controlcyclus van Reestmond en de gemeenten op elkaar af.

Vorig jaar is de gemeente Meppel, samen de deelnemende gemeenten van de GR Novatec van Noordenveld e.o., gestart met een project om de grip op de re-integratie van WWB-ers die werkzaam zijn binnen Novawork ( van Novatec) en RRC ( van Reestmond) te vergroten. Dit project wordt gefi-nancierd vanuit het Innovatie Programma Werk en Bijstand ( IPW) van het Ministerie van Sociale Za-ken en Werkgelegenheid. De doelstelling is als volgt geformuleerd;
• verhogen effectiviteit,
• verbeteren samenwerkingsrelaties,
• verbinden WWB met Wsw,
• meer mensen aan het werk.

Het project kent verschillende deelprojecten;
• sturingsmethodiek WWB – Wsw,
• integrale werkgeversbenadering,
• nieuwe dienstverlening/producten Wsw,
• koppelen loonkostensubsidie en Erkennen van Verworven Competenties (EVC’s),
• sturing scholingsinkoop / inzet educatiegelden,
• verhogen methodische vaardigheden re-integratie.

Doel van het deelproject sturingsmethodiek is niet alleen om een sturingsmodel WWB te ontwikkelen (of het huidige aan te scherpen) maar ook om de verbinding te leggen met de Wsw. De modernisering heeft immers mede ten doel de regieverantwoordelijkheid van de gemeente te versterken. De resulta-ten van dit project worden door de vier gemeenten van de GR Reestmond gebruikt om de sturing binnen de GR te verbeteren.

Figuur 1: Rollen en verantwoordelijkheden overzicht rollen en verantwoordelijkheden


4. Inhoudelijke beleidsdoelen
4.1. Beweging van ‘binnen naar buiten’
Een hoofddoelstelling van de modernisering is om meer mensen met een arbeidshandicap buiten de beschutte werkomgeving van het werkvoorzieningschap, dus in een reguliere werkomgeving, te laten werken: de beweging van ‘binnen naar buiten’. Om de beweging van binnen naar buiten vorm te ge-ven kan onderstaand figuur worden gezien als een ladder, waarbij van beneden naar boven op de treden van deze ladder wordt ontwikkeld. Vanwege bijvoorbeeld progressieve ziekten is een daling op de ladder natuurlijk ook mogelijk.

Figuur 2: De Wsw-werkladder WSW werkladder

Binnen de Wsw zijn 4 vormen van ‘werkplekken’ te onderscheiden. De vormen ‘detachering’ en ‘bege-leid werken’ worden getypeerd als ‘buiten’, dat wil zeggen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de werkgever c.q. de opdrachtgever, buiten de beschutte werkomge-ving van het werkvoorzieningschap. Bij de vormen ‘beschut werken binnen’ en ‘beschut werken bui-ten’ wordt gesproken van ‘binnen’ dus onder verantwoordelijkheid van een werkvoorzieningschap. Bij begeleid werken heeft de Wsw-geïndiceerde een arbeidsovereenkomst bij een reguliere werkgever. Bij detachering heeft de Wsw-geïndiceerde een arbeidsovereenkomst met een werkvoorzieningschap maar voert het werk uit bij een reguliere werkgever.

Afhankelijk van de ontwikkelmogelijkheden van mensen wordt gekeken welke trede voor hen –op termijn- het hoogst haalbare is. Steeds moet zorgvuldig bekeken worden wie de mogelijkheden en competenties heeft om in een meer reguliere omgeving werkzaam te zijn. Op deze manier kan de Wsw-geïndiceerde een stap maken in zijn ontwikkeling.
De gemeente heeft de totale regie, omdat zij ook verantwoordelijk is voor mensen die op een hoger niveau dan de ladder werken, maar ook voor degene die qua niveau onder deze ladder staan.

De huidige praktijk
De bedrijfsvoering van Reestmond is er in de afgelopen jaren op gericht geweest om mensen zo hoog mogelijk op de werkladder aan het werk te krijgen.

Uit de situatie van 1 januari 2008 bij Reestmond blijkt dat van de mensen die vóór 1998 een Wsw-indicatie hebben gekregen en een arbeidsovereenkomst hebben niemand een begeleid werken werk-plek heeft. Dit is het resultaat van oude (o.a. CAO-) rechten.

Van de totale groep na 1 januari 1998 zijn 6 mensen van de populatie met een arbeidsovereenkomst werkzaam op een begeleid werkenplek. Van de 225 personen die eind 2007 door het CWI een indica-tie voor begeleid werken hebben gekregen ( 52 op de wachtlijst en 173 in dienst) zit dus slechts 2,6 % op een begeleid werkenplek.
Voor wat betreft de detacheringen zien we een ander beeld. Per 1 januari 2008 zijn er in totaliteit 170 personen gedetacheerd, waarvan 89 groepdetacheringen en 81 individuele detacheringen. In procen-ten van het totale Wsw-bestand (729 personen) is dit 23,3%.

Concluderend leidt dit tot het volgende beleidskader:
1. Iedereen met een begeleid werken advies wordt zoveel mogelijk geplaatst op een begeleid-werkenplek.
2. In overleg met Reestmond worden jaarlijks prestatie afspraken vastgesteld.
3. Met betrekking tot de beweging van binnen naar buiten worden de volgende uitgangs-punten gehanteerd:
• de Wsw-geïndiceerde dient in een zo regulier mogelijke omgeving te werken;
• mensontwikkeling en mobiliteit staan voorop;
• focus van de uitvoering is gericht op detacheren en begeleid werken.
4. Iedere Wsw-geïndiceerde die begeleid wil en kan gaan werken (dus ook de personen zonder de CWI indicatie voor begeleid werken) moet zoveel mogelijk worden geplaatst op een begeleid-werkenplek.

4.2. Het beheren van de wachtlijst en de stap naar klantmanagement
Voor plaatsing in de Wsw bestaan er wachtlijsten. De wachtlijsten in Nederland groeien de laatste jaren. In Nederland staan er ruim 20.000 mensen met een Wsw-indicatie op een wachtlijst. Dit is maatschappelijk niet wenselijk. Dat er wachtlijsten zijn heeft twee oorzaken: de groeiende instroom van het aantal Wsw-geïndiceerden en de beschikbare budgettaire ruimte.
Het landelijk beschikbare budget voor formatieruimte binnen de Wsw is beperkt. Het aantal formatie-plaatsen (landelijk circa 100.000 personen) is op dit moment onvoldoende om elke Wsw-geïndiceerde direct een aangepaste arbeidsplaats aan te bieden.

Bij Reestmond stonden eind 2007 96 mensen op de wachtlijst. Deze situatie is onwenselijk. Ook hier is de oorzaak van de lange wachtlijst het feit dat er onvoldoende budget beschikbaar is om iedereen te plaatsen. Hierbij wordt opgemerkt dat de individuele gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun ei-gen wachtlijst. De gemeenten krijgen jaarlijks ieder een afzonderlijke taakstelling waaraan zij moeten voldoen. Dit houdt in dat de gemeenten een door het rijk vastgesteld minimum aantal Wsw-plaatsen moeten realiseren.

Reestmond beheert tot en met 2008 de wachtlijsten per gemeente. Zij zorgt er voor dat de individuele gemeenten aan hun taakstelling voldoen. Daar het beheer van de wachtlijst van de gemeenten bij Reestmond ligt, heeft Reestmond een totaal overzicht van de taakstellingen. Reestmond zal de uitruil van taakstelling dan ook organiseren. Reestmond moet er dan ook voor zorgen dat de gemeenten aan haar taakstelling voldoet. Reestmond informeert de gemeenten (sociale dienst) en/ of het UWV over de personen op de wachtlijst die nog niet aan de beurt zijn. Hierdoor krijgen de gemeenten en het UWV inzicht in deze groep en kunnen er andere (re-integratie-) trajecten aan deze groep worden aan-geboden die vooruitlopen en aansluiten op het toekomstige Wsw-dienstverband.

Het inregelen en beleggen van wachtlijstbeheer betekent een uitbreiding van gemeentelijke formatie en een stap naar klantmanagement zoals dat ook in de WWB plaatsvindt. Het gaat daarbij om de vol-gende taken:
• aanmeldingen Begeleid Werken;
• informatievoorziening en verantwoording;
• wachtlijst- en budgetbeheer;
• regie Begeleid Werken;
• inrichting en onderhoud uitvoeringsproces;
• contractbeheer en control;
• contacten;
• bezwaar en beroep.

In overleg met Reestmond wordt bezien hoe er hiervoor formatie “over kan gaan” van Reestmond naar de gemeenten, waarbij uitgegaan wordt naar een budgetneutrale transitie uit het SW-budget. Voor het invoeren van klantmanagement wordt een onderscheid gemaakt in de populaties;
□ in dienst voor 1998
□ in dienst vanaf 1998 tot 2008
□ in dienst vanaf 2008.
Met het invoeren van klantmanagement zal begonnen worden met de wachtlijst, Begeleid Werken en PGB’s. Vervolgens wordt gewerkt vanuit de groep die het kortst in dienst is. Van de populatie van vóór 1998 wordt de minste mobiliteit verwacht, vooral vanwege de uitstekende CAO positie.

Vanuit de gedachte dat het bestaan van wachtlijsten onwenselijk is en het gegeven van de beperkte financiële ruimte, stellen de vier gemeenten zich tot doel om zoveel mogelijk mensen van de wachtlijst geplaatst te krijgen binnen het beschikbare rijksbudget. Het beheer van de wachtlijst is voor gemeen-ten een belangrijk instrument om deze doelstelling te realiseren.
Conform de adviezen van o.a. de VNG en het landelijke Programma Versterking Cliënten Positie (VCP) zal er per gemeente op basis van First in First out (FIFO) geplaatst worden. De huidige wacht-lijst geeft een zo diffuus beeld, dat van subgroepen geen sprake is. Ieder voorkeursbeleid betekent automatisch het benadelen van anderen. Vanuit de aanname dat Wajongers op de wachtlijst veelal jong zijn, is aanvankelijk in het visiedocument gesproken over voorkeursbeleid voor die groep. Aange-zien het Wajong recht niet vervalt op oudere leeftijd, bleek deze aanname onjuist en is de rechtvaardi-ging vervallen. Vanwege het diffuse beeld is een rechtvaardiging voor voorrang WWB-ers op andere burgers niet anders dan een financieel argument en daarmee maatschappelijk niet goed uit te leggen.
Er zal dus op basis van First in First out (FIFO) geplaatst worden. De wet geeft aan dat een plaatsing vanaf de wachtlijst in principe wordt bepaald door het FIFO-systeem, wat betekent dat het aanbieden van dienstbetrekkingen plaatsvindt op volgorde van de datum van de indicatiebeschikking. Een veror-dening voor de wachtlijst wordt alleen gemaakt als er afgeweken wordt van dit FIFO-systeem.

Vanaf 1 januari 2009 voeren de gemeenten budgetneutraal het beheer over de wachtlijst. Het werk wordt belegd bij één klantmanager van sociale zaken, die namens de vier gemeenten regie voert op de wachtlijst. De administratie wordt door Reestmond bijgehouden. De gedachte hierachter is om de Wsw-geïndiceerde centraal te plaatsen en op een zo hoog mogelijke trede in te laten stromen of, indien mogelijk, direct buiten het werkvoorzieningschap te laten werken. De klantmanager, die geen onderdeel uitmaakt van Reestmond, is meer onafhankelijk.

4.3. Persoonsgebonden Budget (PGB)
Rechten voor Wsw-geïndiceerden
Nieuw is het persoonsgebonden budget (PGB) voor de Wsw-geïndiceerde die bij een reguliere werk-gever aan de slag kan op basis van een begeleid werkenplek. Voor het toekennen van een PGB is het uitgangspunt dat de geïndiceerde zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie aandraagt. Na-tuurlijk wordt hierbij ondersteuning verleend door een organisatie die door de gemeente is aangewe-zen. De gemeente biedt verder de mogelijkheid om uit verschillende begeleidingsorganisaties te kie-zen.

Het PGB bestaat uit een loonkostensubsidie en een bedrag voor begeleidingskosten en eventuele aanpassingen aan de werkplek. Wij stellen voor dat de totale kosten van de loonkostensubsidie aan de werkgever, de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de uitvoeringskosten niet hoger mo-gen zijn dan het gemiddelde budget dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats. Het PGB kent daarom een plafond.
Anders dan bij bijvoorbeeld de PGB’s in de zorg wordt het budget niet aan de geïndiceerde uitbetaald, maar rechtstreeks aan de werkgever en de begeleidingsorganisatie.

De Wsw-er heeft recht op plaatsing voor zover de gemeenten daarvoor Wsw-budget hebben en voor zover er binnen de taakstelling ruimte is. Daarnaast moet de geïndiceerde aan de beurt zijn.

Voor het kunnen verstrekken van PGB’s stelt de gemeenteraad een verordening vast. In de verorde-ning wordt de omvang van het PGB en de voorwaarden die aan de werkgever en de begeleidingsor-ganisaties worden gesteld, geregeld.

Voor het verlenen van advies en informatie over de PGB’s wordt de onafhankelijke arbeidsadviseur van het CWI ingeschakeld. Deze kan een begeleidingsorganisatie aandragen en geïndiceerden onafhankelijk informatie geven over het PGB. Reestmond zal zowel de begeleidingsorganisatie als de werkgever toetsen aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de nog vast te stellen verordening. Wanneer beide partijen voldoen aan de criteria sluit Reestmond namens het college een contract. De administratie wordt door Reestmond bijgehouden; het het uitbetalen van het PGB aan de werkgever en het voldoen van facturen van de begeleidingsorganisaties.

Beheersbaarheid
Om de kosten voor het PGB beheersbaar te houden, moeten de totale kosten voor het PGB binnen het Wsw-budget vallen en binnen de taakstelling passen.

Conform de wet moeten gemeenten minimaal twee begeleidingsorganisaties aanwijzen. Als die twee organisaties niet binnen een half jaar tot actie zijn overgegaan, kan iemand daarnaast nog een andere begeleidingsorganisatie aandragen. In de verordening worden de kwaliteitseisen aan deze organisaties omschreven.

Voor het persoonsgebonden budget in de sociale werkvoorziening gelden de volgende kaders:
1. De geïndiceerde draagt zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie aan voor het ver-zorgen van de begeleiding op de werkvloer. Dit gebeurt op basis van de nog op te stellen ver-ordening.
2. De gemeente regelt ondersteuning en de mogelijkheid om uit verschillende begeleidingsorga-nisaties te kiezen.
3. De totale kosten van de loonkostensubsidie aan de werkgever, de vergoeding aan de bege-leidingsorganisatie, de uitvoeringskosten en eventuele werkplekaanpassingen mogen niet ho-ger zijn dan het, in het prestatiecontract opgenomen, gemiddelde budget dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats.
4. Een PGB kan alleen verstrekt worden als er binnen de taakstelling van de gemeente, en dus binnen het budget van de gemeente nog ruimte is.
5. Voor de geïndiceerden op de wachtlijst geldt dat wanneer zij zelf een werkgever aandragen, gebruik gemaakt kan worden van de PGB-constructie (mits er aan de voorwaarden uit de ver-ordening zijn voldaan) op basis van het FIFO-systeem.

4.4. Cliëntenparticipatie
Het Rijk wil Wsw-geïndiceerden en hun vertegenwoordigers nadrukkelijk betrekken bij de uitvoering van de Wsw. Daarom zijn de gemeenten verplicht om een verordening vast te stellen waarin cliënten-participatie wordt geregeld (art 2 lid 3 van de wet). In deze verordening moet geregeld worden:

1. De wijze waarop overleg wordt gevoerd met ingezetenen of hun vertegenwoordigers.
2. De wijze waarop ingezetenen of hun vertegenwoordigers onderwerpen voor het overleg kunnen aandragen.
3. De wijze waarop ingezetenen of hun vertegenwoordigers worden voorzien van informatie die nodig is om adequaat aan het overleg te kunnen deelnemen.

Het is niet wenselijk om de cliëntenparticipatie onder te brengen bij de ondernemingsraad (OR) van Reestmond. In de eerste plaats is de doelgroep breder dan alleen de werknemers van Reestmond. Mensen op de wachtlijst en Wsw-ers bij andere werkvoorzieningschappen zijn daarin bijvoorbeeld niet vertegenwoordigd. In de tweede plaats is de doelstelling van de OR een andere dan die van een cliën-tenplatform. Het is namelijk de bedoeling dat Wsw-geïndiceerden in hoofdlijnen en kaders meedenken over het gemeentelijk Wsw-beleid en niet over de bedrijfsvoering van het werkvoorzieningschap.
Verschillende doelstellingen zijn ook de reden om niet uit te sluiten bij de WWB- cliëntenplatform en de WMO-raad.

Hoe te organiseren?
De voorkeur gaat uit naar één cliëntenplatform voor de GR Reestmond. Voor De Wolden leidt dit tot het praktische probleem dat ze in twee GR’s participeert en daarom burgers niet alleen in het cliën-tenplatform van Reestmond kunnen participeren. Indien de deelnemers bereid zijn om in twee raden te functioneren, kan er één regionaal cliëntenplatform voor de GR Reestmond worden opgericht.
Voor de cliëntenparticipatie is een verordening opgesteld. Voor de ondersteuning van de burgers wordt een overeenkomst gesloten met de Stichting Welzijn Meppel Westerveld. Deze stichting onder-steunt ook de WWB cliëntenplatform en de WMO-raad.

Beleidskader
De cliëntenparticipatie wordt regionaal georganiseerd middels een nieuw cliëntenplatform voor de GR Reestmond.

5. Uitvoering en overgangsmaatregelen
5.1. Overgangsjaar
Het jaar 2008 en 2009 worden aangemerkt als overgangsjaar. De volgende zaken zijn al geregeld:

1. Een gemeentelijke begrotingswijziging doorvoeren voor 1 januari 2008 om zo een titel te creëren waardoor de gemeenten Wsw-middelen kunnen doorsluizen naar Reestmond.
2. Verifiëren wie/ hoeveel van de Wsw-geïndiceerden werkzaam zijn in een buitengemeente (“bui-tensteedsen”). Dit in verband met financiële verplichtingen tegenover deze gemeenten. Reest-mond verricht de betalingen aan deze buitengemeenten op basis van al bestaande financiële af-spraken hierover.
3. Afspraken over de uitvoering van ‘buitensteedsen’; uitvoering door Reestmond
4. Beheren van de wachtlijst door Reestmond; uitgesplitst naar gemeenten.
5. De tekst van de GR wordt aangepast aan de nieuwe wet en tegelijkertijd worden formuleringen-aangepast aan de tijd.

5.2. Vervolg (spoorboekje); resumé van vervolgacties
Afkortingenlijst
AB
AOK
CAO
CWI
DB
EVC
FIFO
GR
IPW
OR
PGB
POP
RRC
SE
Het begrip SE wordt in 2008 vervangen door arbeidsjaar.
SW
UWV

VCP
WIA

Wmo

Wsw
WWB
Algemeen bestuur
Arbeidsovereenkomst
Collectieve arbeidsovereenkomst
Centrum voor werk en inkomen
Dagelijks bestuur
Erkennen van Verworven Competenties
First in First out
Gemeenschappelijke regeling
Innovatie programma werk en bijstand
Ondernemingsraad
Persoonsgebonden budget
Persoonlijk opleidingsplan
Raat Reestmond Combinatie
Standaardeenheden

SW Sociale werkplaats
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
VCP Versterking Cliënten Positie
WIA Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning
Wsw Wet sociale werkvoorziening
WWB Wet werk en bijstand

LeesVoorLees voor